Logo Oogsttuin "In het volle Leven"

Assortiment

Home

Algemene Informatie

Assortiment en oogstleidraad

Tuinder

Oogstbericht

Nieuwsbrief

Recepten

Foto's

Gewassen in de tuin

Assortiment en leidraad voor oogsten in de tuin “in het volle leven”.

Via deze lijst willen we aangeven wat de beste methode is om de verschillende groenten te oogsten/plukken/snijden.  

Aardappel. We telen op kleine schaal vroege aardappelen, de juniors. Steek de riek in de grond naast de aardappelen en wip ‘m omhoog. Graaf daarna nog even met je handen om alle aardappelen mee te nemen. Daarnaast halen we een aantal keren per jaar aardappelen bij een biologische aardappelboer. Je kunt ze, voor een gereduceerd tarief, bij mij bestellen.  
   
Aardbei. Plukken met steeltje. (steeltje er pas afhalen na het wassen om de smaak te behouden). Let in het begin van de oogst er goed op dat de aardbei rood is. De onderkant is vaak nog groen als de bovenkant al rood is. Daar ze niet bespoten zijn hoeven ze misschien niet eens te worden gewassen!  
   
  Aardpeer. Onder de hoge steel groeien in de grond de aardpeerknolletjes. Graaf ze op met een riek.  
   
  Andijvie. Trek de andijvie met wortel en al uit de grond, dan blijft ze langer vers dan dat je ze afsnijdt.  
   
  Asperge. Als hij ongeveer 20 cm lang is wordt hij bij de grond afgesneden, niet halverwege want deze steel groeit niet meer door. Snij de asperge vóór de kop los wordt.  
   
Bloemen. Op verschillende plaatsen in de tuin staan bloemen. Ook groenbemesters, zoals phacelia, zijn vaak prachtig in de vaas. Pluk gerust een bos, maar laat altijd wat staan.  
Bloemkool. Eten we al vroeg, vanaf april. De steel onder de kool afsnijden,maar wat blad er aan laten zitten zodat de kool niet in het licht komt. Hij blijft dan mooier wit.  
Boerenkool. De steel onder het mooie blad afsnijden. De bladeren pas vlak voor het bereiden van de maaltijd of het invriezen van de nerf afritsen. We mogen de boerenkool oogsten als ‘de vorst erover is geweest’. Dit gezegde ontlokt bij veel mensen een glimlach, toch is het waar:de boerenkool is dan lekker zoet.  
Bosbiet. Eigenlijk gewoon een rode biet, maar we oogsten ze kleiner en vroeger. Ze zijn zo mals dat je ze rauw kunt eten! Zie verder rode biet.  
Bospeen. Pak de riek van onder het afdak en zet deze net naast de peentjes in de grond en wip hem omhoog. Je kunt de peentjes nu zo uit de grond trekken. Peen bewaar je het best als je aarde eraan laat zitten, maar als je ze thuis meteen klaar maakt, kun je beter de aarde er meteen afwassen.  
Bosui. Een gewone gele ui, die we vroeg oogsten en met stengel en al klaarmaken.  
Broccoli. Als de bloemetjes al zichtbaar zijn maar nog niet een losse bos vormen kan ze bij de steel gesneden worden. Het binnenste van de steel onder de huid is rauw ook lekker, niet weggooien! In Italië worden ook de bladeren gegeten, heel fijn gesneden en dan bakken (voor de liefhebbers hoor!).  
Capucijners. Capucijners trek je met één hand van de plant, met de andere hand hou je de plant vast. Capucijners moeten in tegenstelling tot peultjes juist wel dik zijn. Dit is wat mij betreft echt een ‘vergeten groente’. Soms denk ik dat mensen op capucijners en bruine bonen neer kijken, maar dit vind ik echt een delicatesse. Wel doppen voor het koken. Later als ze gedroogd aan de plant hangen kun je ze doppen en in een pot bewaren om ze later te eten, maar vers zijn ze het lekkerst.  
Courgette. Deze oogst ik iedere dag voor jullie en leg ze in een kist onder het afdak. De meeste mensen hebben een voorliefde voor kleine courgettes, maar van de grotere exemplaren kun je heerlijke soep koken, wel even de pitjes verwijderen.  
Doperwt. Zie capucijners.  
Groene selderij. De groene variant van bleekselderij, maar sterker van smaak. Je kunt ze als soepgroente, als ingrediënt voor pastasaus gebruiken of blancheren met een gekookt azijnsausje. Snij de stelen net boven de grond af.  
Groenlof. Groenlof lijkt qua smaak op andijvie. Trek ze met wortel en al uit de grond.  
Hazelnoot. Als de hazelnoten rijp zijn vallen ze vanzelf op de grond en kun je ze oprapen.  

Kleinfruit.

  • Rode bes. Voorzichtig de kwetsbare besjes plukken.
  • Witte bes. Zie rode bes.
  • Kruisbes. Zie rode bes.
  • Zwarte bes. Zie rode bes.
  • Japanse wijnbes. Zie rode bes.
  • Framboos. De zomerframboos wordt rood, maar de herfstframboos oranje als je ze kunt oogsten. Voorzichtig plukken.
  • Braam. Bramen moeten zwart zijn eer je ze plukt.  

 

Knoflook. Zie ui.  
Knolselderij. Pak de riek en steek de knol uit de grond. Snij de blaadjes er niet af, ze zijn ook lekker in de soep!  
Knolvenkel. Oogsten als ‘de knol’ een buikje heeft. Snij net onder de grond het worteltje door. Zonde om het loof er af te snijden, dit is als kruiderij goed te gebruiken.  
Komkommer. Ik pluk de komkommers en leg ze in een kistje in de kas klaar. Neem af en toe een komkommer en laat wat over voor een ander.  
Koolrabi. Kies de grootste eruit en trek ze uit de grond. De bladeren kun je ook gebruiken (zie broccoli).  

Kruiden.

·        Basilicum. Staat in de kas. Als van ieder plantje een takje wordt afgesneden, net boven een blad, kan de plant doorgroeien.

·        Bieslook. Neem een klein bosje stelen in de hand en snij 2cm boven de grond af. De plant groeit dan weer door.

·        Bonenkruid. Steeltjes afsnijden.

·        Citroenmelisse. Lekker theekruid. Steeltjes afsnijden.

·        Hysop. Oud kruid. De blaadjes voor in de thee (luchtwegen) of in een saus, of marineren in olijfolie op een geroosterd broodje. Afsnijden. Mooi bloempje voor in de vaas.

·        Lavendel. Lekker in de thee. Steeltjes afsnijden.

·        Maggiplant. Snij een steeltje net boven de grond af en pluk thuis de blaadjes.

·        Oregano. Steeltjes afsnijden.

·        Pepermunt. We hebben de gewone en de wollige variant. Lekker in de thee of op een toetje. Afsnijden.

·        Peterselie. We hebben de ‘mooie’ gekrulde en de ‘smaakvollere’ gladde variant. Net boven de grond afsnijden.

·        Rozemarijn. Snij of knip een steeltje.

·        Salie. Lekkere theeplant. Steeltje afsnijden.

·        Snijselder. Net boven de grond afsnijden.

·        Tijm. De hele steeltjes met blad en al kunnen afgesneden worden.(Lekker voor bij de bieten).

·        Venkel. We gebruiken het loof (afsnijden) voor door het eten en later in het jaar de zaadjes voor de thee.  

 

Nieuw-Zeelandse Spinazie. Fantastische zomerspinazie. Het worden hele grote planten. De blaadjes zijn veel steviger dan bij gewone spinazie en houden ook hun vorm na het koken. Snij de steeltjes af en pluk de blaadjes thuis vlak voor het koken.  
Peultjes. Peultjes plukken als capucijners. Peultjes zijn het lekkerst als ze nog niet dik zijn. Dat kan je voelen: de zaden in de peul zijn nog plat.  
Pompoen. Er zijn veel verschillende soorten, wij hebben de traditionele oranje pompoen. Ze zijn te oogsten als ze echt oranje zijn. Snij met een mesje het steeltje (zo lang mogelijk) door. Je kunt ze goed bewaren (met een beetje geluk tot in april) bij minimaal 10 graden, dus gewoon in huis.  
Prei. Pak een schep of een riek van onder het afdakje en zet die vlak naast jouw prei in de grond. Wip de riek even op en de prei komt omhoog en je kan ze er zo uit trekken. Als je ze op de tuin wilt schoonmaken, dan graag ‘het afval’ in de kist bij de pomp doen.  
Paksoi. Snij direct onder het blad af. Voorzichtig want de stelen zijn erg bros. Het eerste deel van het blad bij de nerf is ook te gebruiken.  
Pastinaak. Oogsten en bewaren als winterpeen.  
Raapstelen.  Neem een bosje in de ene hand en snij met de andere (niet in de vingers snijden!) zo’n 3cm boven de grond af. De plant kan dan doorgroeien.  
Rabarber. Snij de grote stelen. Rabarber staat op 3 plaatsen in de tuin: in de boomgaard, bij de asperges en achter de kruidentuin bij de bijen.  
Ramenas. Het grote broertje van de radijs. Zwarte schil, die je moet raspen. Pittig van smaak, lekker geraspt in een dressing. Je kunt ze zo uit de grond trekken.  
Rode biet. De rode biet kun je zo uit de grond trekken. Er staan grote en kleine door elkaar heen, dus let er even op dat je de grootste pakt. In de winter goed te bewaren, zie winterpeen.  
Rode snijbiet. Snij de stelen net boven de grond af. We eten vooral de stelen, rauw of geroerbakt.  
Rode kool. Snij de steel onder de kool door en verwijder het losse blad.  
Roodlof. Heeft een wat bittere smaak. Trek het plantje in zijn geheel uit de grond. We oogsten de roodlof in het najaar en in het vroege voorjaar (dan is het de rode variant op witlof).  
Rucola. Pak een bosje rucola in de hand en snij net boven de grond af, dan groeit ze weer door.  
Schorseneren. Voor oogsten zie bospeen. Voor het koken rasp je het zwarte schilletje eraf. Qua smaak worden ze met asperges vergeleken.  
Sjalotten. Zie ui.  

Sla:

·        Kropsla. Deze kun je vlak boven de grond afsnijden. Door de snede met wat water deppen om de melk weg te wassen wordt hij minder bitter. Als je het struikje met wortel en al plukt en de aarde uit de wortels wast blijft hij langer goed in de koelkast. Je kunt hem ook in een kopje water zetten op het aanrecht.

·        Eikenbladsla. Zie kropsla.

·        Bataviasla. Prachtige stevige sla. Oogsten als alle andere sla.

·        Lollo bionda en lollo rossa sla. Kan op dezelfde manier als boven. Ook kunnen alleen de blaadjes worden geplukt zodat de plant kan doorgroeien.

·        Pluksla. Hier worden alleen de blaadjes geplukt. Deze sla wordt vanwege haar milde smaak vaak erg door kinderen gewaardeerd.  

 

Snijbonen. Plukken als spercieboon. Ze mogen niet te dik zijn, de zaden moeten nog plat in de huls liggen. Let bij het klaarmaken er op dat je de ‘haar’ aan de zijkant van de boon er met een mesje aftrekt.  
Spekboon. De spekboon is een groot model spercieboon. Hij kan behoorlijk groot en dik worden en blijft toch lekker mals. Dus pluk de grootste, maar voordat ze geel worden.  
Spercieboon. Je trekt ze met één hand van de plant, met de ander hou je de plant vast zodat je niet de hele plant uit de grond rukt. Als we een tijdje van een bed oogsten en de bonen dreigen te dik te worden geef ik een seintje en kunnen we het bed leeg oogsten. Je kunt ze prima invriezen (ongekookt). Als je ze uit de vriezer haalt: niet koken, maar bakken!  
Spitskool. Eten we vanaf mei. De spitskool is klaar als de kool hard aanvoelt. Net boven de grond afsnijden en het overtollige blad verwijderen.  
Spinazie. Per plantje in de hand nemen en vlak boven de grond afsnijden. Als ze iets is doorgeschoten wat hoger pakken zodat de dikke stelen blijven staan. Ook is het aan te bevelen om eventuele knoppen of bloemen eerst uit het plantje te knijpen voor het snijden. Dat komt de smaak ten goede.  
Spruitjes. Zo klein als het spruitje is, zo groot is de plant waaraan ze groeit. De spruitjes groeien aan de steel en als ze op grootte zijn, ongeveer 2 ½ cm doorsnede, kun je ze makkelijk van de steel af trekken. Als het niet makkelijk gaat zijn ze nog niet oogstrijp.  
Suikererwten. Ook wel Sugarsnaps genoemd. Plukken als capucijners. Een soort kruising tussen erwten en peultjes. Je mag ze oogsten als ze al wat dikker zijn, maar hoeft ze niet als erwten te doppen. Je kunt ze als peultjes klaarmaken: in zijn geheel in de pan. Kort koken hoor!  
Suikermais. Suikermais kan geoogst worden als de haren aan de kolf bruin zijn, de korrels zijn dan geel geworden. De kolf in de hand nemen, naar de grond buigen en van de stam breken. Soms moet er ook even aan gedraaid worden. De schudbladen om de kolf laten zitten om zo lang mogelijk vers te houden.  
Tarbes-bonen. Dit is een droge boon uit Frankrijk. We laten ze drogen in de huls aan de plant en doppen daarna de boontjes. Je kunt ze goed bewaren. Voor het klaarmaken even wellen in water.  
Tomaat. We hebben de gewone ronde en de kleine cherrytomaat. Ik pluk ze voor jullie en leg ze in een kistje in de kas klaar. We hebben een kleine kas en daardoor geen overvloed aan tomaten. Hou daarom rekening met elkaar en neem niet teveel en ga zeker niet zelf plukken, anders komen anderen steeds voor niks.  
Tuinboon. De peulen van de tuinboon moeten ongeveer 1 ½ cm doorsnede hebben als je ze oogst. Omdat je de peulen zelf niet ziet (ze liggen in de lange groene huls), moet je met je vingers voelen of ze de goede grootte hebben.  
Tuinkers. Net boven de grond afsnijden.  
Ui. We hebben de rode en gele ui. Als het loof grotendeels is afgestorven oogst ik de uien en leg ze te drogen op het land. Je kunt ze dan oprapen. Neem meteen een voorraad mee, want als ze weer nat worden komt dat de bewaarbaarheid niet ten goede. Bewaren: één laag uien op een gaasbodem waar de wind door heen kan, of rijgen in een sliert. Vorstvrij en droog bewaren kun je er de winter mee door.  
Winterpeen. Oogsten als bospeen. Thuis bewaren in een kuil of in een kist met wat grond, zodat ze niet uitdrogen.  

Witte kool. Het zelfde als rode kool.

 

 

In het voorjaar van 2007 zijn verspreid door de tuin fruitbomen aangeplant, hiervan zullen we de komende jaren de volgende vruchten plukken: hand- en stoofappel, hand- en stoofpeer, pruimen, walnoot en hazelnoot.